Een krankzinnig en bij vlagen hilarisch verhaal, vol kleurrijke figuren op het toppunt van de dotcom goudkoorts.
Ik heb er lang over gedaan om dit boek te lezen, maar dat kwam vooral door de grote hoeveelheid interessante informatie en stof tot nadenken.
Er is veel aandacht voor ontdekkingen die gedaan zijn buiten Europa. Ik wist bijvoorbeeld niet de Chinezen het pokkenvirus doormiddel van vaccinatie al bijna uitgeroeid hadden, lang voordat in Europa het eerste vaccin op basis van koepokken ontdekt werd. Ook wist ik niet dat de hadith zijn geconstrueerd op basis van de eerste systematische bronnenkritiek. Of dat Indiërs al eeuwen voor Leibniz een formule hadden om π te berekenen. En zo nog veel meer.
Volgens de schrijver is één van de eerste historische patronen die mensen hebben beschreven dat beschavingen een cyclus vertonen van opgaan, blinken en verzinken. Chinezen, Europeanen, Arabieren, Indiërs, Afrikanen, Azteken. Ze hebben allemaal periodes gehad waarin ze op een bepaald kennisgebied voor doorbraken zorgden. Maar daarop volgden vaak weer eeuwen van stilstand en achteruitgang waarin oude boeken niet meer gelezen, verbrand of juist als onfeilbaar beschouwd werden. Zo is het boek ook een impliciet pleidooi voor een open en nieuwsgierige levenshouding.
Ik vermoed dat je wel met de bijbel grootgebracht moet zijn om dit boekje te kunnen waarderen. Maar ik heb er af en toe goed om kunnen lachen.
Uit het hoofdstuk “Korf en Baktrog”:
“Toen ik twintig jaar oud was, heb ik mij afgewend van de stem van God en heb ik zijn geboden en inzettingen aan mijn laars gelapt. Desalniettemin hangen korf en baktrog blinkend in de keuken en heb ik nooit schurft, krauwsel, zweren, pest, koudvuur of tering gekregen. Mijn verloofde is niet door een andere man ontmaagd en ik ben niet teruggebracht naar het land Egypte. Alleen wat vers 65 belooft (‘de Here zal u aldaar een bevend hart geven') lijkt te zijn uitgekomen, want al sinds enige jaren heb ik veel last van atriumfibrillatie. Onlangs sprak ik een jeugdvriend die nu ouderling is in de gereformeerde kerk (synodaal) van Maassluis. Hij heeft zijn hele leven naar de stem van God gehoord, en zijn inzettingen en geboden onderhouden. Ook hij leed aan atriumfibrillatie. Bovendien bleek hij werkeloos, had hij zijn vrouw verloren en was een van zijn kinderen aan drugs verslaafd. Naar zijn korf en baktrog heb ik toen niet meer durven vragen. Wel vertelde hij me nog dat hij onlangs op vakantie in Egypte was geweest en daar een aardbeving had meegemaakt!”
As gruesome and depressing as it needs to be, it's the kind of book that makes you want to hand in your membership card of the human race. At least of the male variety.
Loathed by the loathsome for it's humanist, apolitical and no nonsense description of war. Should be compulsory reading at military academies.
After having been positively surprised by the provocatively titled “Against empathy” I decided to pick up this book in spite of its title. I guess I should have trusted my intuition. Kastrup spends considerable time explaining why his version of idealism is more intuitive than materialism. But even if we would agree with that, how is it an argument for his speculations? Modern physics isn't intuitive to most people. Why would reality be obliged to conform to our biases?
The descriptions of minds as vortices in a universal stream of consciousness are elaborate and visceral. This was to me the best part of the book. But at the end of the day they are just metaphors. Kastrup admits that, but then adds that physics is also made up of “just metaphors”.
What really put me off was the tone. He writes with contempt about competing and much more widely accepted theories and the people that developed them. Please don't use expressions like “the intellectual elite” or “mainstream media” if you want to be taken seriously.